1 juli 2004
Een zwarte Dag
Afgelopen
vrijdag was een zwarte dag voor de Nederlandse kokkelvisserij.
Met het besluit tot beëindiging van de mechanische kokkelvisserij
is definitief het doek gevallen voor een economisch gezonde sector.
Onze
voorzitter, Gerrit Braks, heeft het duidelijk aangegeven in de
verschillende interviews: de sector is gebruikt als zoenoffer
in de discussie over gaswinning. Politiek gezien ligt die discussie
erg moeilijk en om het toestaan van gaswinning beter te laten
aarden, is besloten de Nederlandse kokkelvisserij uit te kopen.
Met een mooi woord heet dat politiek wisselgeld, maar onder de
vissers heet dat je bedonderd voelen.
Nog
geen zes maanden geleden gaf minister Veerman aan op basis van
het EVA II rapport geen aanleiding te zien om de mechanische kokkelvisserij
te verbieden. Maar met het verschijnen van de verschillende adviezen,
zoals het advies van de Commissie Meijer, werd niet langer het
wetenschappelijk rapport de basis van verdere besluitvorming.
Iedereen mocht te pas en te onpas aanvullende randvoorwaarden
stellen waardoor het uiteindelijk vissen zo goed als onmogelijk
werd.
Op
verschillende momenten heeft de sector aangegeven niet met die
randvoorwaarden te kunnen werken. Het ging hierbij niet alleen
om de (door de Commissie Meijer vastgestelde) termijn van zeven
jaar om te verduurzamen. In de gesprekken met het ministerie van
LNV hebben we aangegeven tijd en ruimte nodig te hebben, echter
zonder resultaat. En dan komt er een moment waarop je goed moet
bedenken hoe verder. Proberen we er het beste van te maken met
als risico dat steeds verder beperkende regelgeving uiteindelijk
het vissen onmogelijk maakt. Of gaan we dan maar voor een goede
sanering waardoor de mensen die werkzaam zijn in de sector nog
een toekomst hebben.
Dat
lijkt soms iedereen te vergeten: in deze discussie gaat het ook
om mensen. Mensen die vaak van generatie op generatie werkzaam
zijn op het Wad. Mannen die het gebied als de beste kennen en
met liefde en respect vissen. Vissers die al jarenlang zijn achtervolgd
door valse beschuldigingen en met het EVA II rapport eindelijk
dachten het gelijk aan hun kant te krijgen. Het gaat om deze mensen
die vrijdag een groot deel van hun toekomst in elkaar zagen storten.
Toen
ik afgelopen vrijdag de persconferentie in Den Haag bijwoonde,
ging dat beeld door mijn gedachten. Het feit dat de heer Veerman
aangaf veel moeite te hebben gehad met de beslissing, maakte die
pijn niet minder maar misschien wel erger. Want het bevestigt
naar mijn mening dat de beslissing niet nodig was. Een ander gevoel
bekroop mij de volgende dag toen ik de verschillende kranten las:
sommige dingen veranderen nooit. In de verschillende media werd
aangegeven dat de schadelijkheid van de sector de doorslag bij
het besluit heeft gegeven, terwijl de minister duidelijk in zijn
persbericht en tijdens zijn toelichting aangaf dat dat nu juist
niet de reden was. Ramptoerisme van de journalistiek die vergeet
te observeren, maar vooral sfeer wil schetsen. Een extra trap
voor al diegenen die in de sector werken.
Hoe
verder? Wij gaan uit van een goede uitkoopregeling die alles dekt.
Nee, ik noem geen bedragen. Wij nemen het werk van de nog te vormen
adviescommissie serieus. Maar het moet een reëel aanbod zijn,
anders gaat de sector over tot juridische procedures. En ik wacht
de reacties af uit de Tweede Kamer. Voor de rest ga ik mij de
komende weken bezig houden met het visseizoen 2004. Want als sector
willen we nog één keer laten zien dat wij duurzaam
en met respect voor het unieke Waddengebied kunnen vissen.
Eén
ding staat vast: het zal voor vele vissers een zeer emotioneel
seizoen worden.
Jaap
Holstein